HdK (Hendrick de Keijser) over Boerderij & Renovatie

Oosterleek 39 (boerderij Balk)

Eigendom: Vereniging Hendrick de Keyser (2015)

Restauratie: 2018

Bijzonderheid: Zeldzaam voorbeeld van een Westfries Langhuis, te huur als Monument en Bed-locatie.


Het West-Friese dorp Oosterleek bestaat uit één weg, ontstaan langs een kronkelende veenstroom of ‘leek', met aan beide zijden lintbebouwing. Het langhuis Oosterleek 39 staat op een oude huisterp aan het westelijke einde van het dorp. Hoewel de huisterp op oudere bewoning wijst, dateert het huidige huis waarschijnlijk uit de 18de eeuw.

De bewoners van het huis zijn bekend vanaf het laatste kwart van de 18de eeuw.
In 1900 werd het huis met een deel van het land, totaal slechts iets meer dan een hectare, voor 3.000 gulden gekocht door Jacob Balk, landbouwer in Oosterleek. Balk overleed reeds twee jaar na de aankoop van het huis. Het werd in 1908 door de erven toebedeeld aan zijn zoon de landbouwer Pieter Balk die in het buurpand woonde. Lange tijd stond het huis leeg of werd het slechts tijdelijk gebruikt. Toen het buurhuis in de jaren zestig instortte ging Aafje Smit, sinds 1950 weduwe van Pieter Balk, er wonen. Vanaf 1995 kwam het huis leeg te staan en zette het proces van verval steeds verder door.
Het op instorten staande pandje werd in 2015 van de erven Balk aangekocht door de Vereniging. Na het nemen van noodmaatregelen is in 2016 gestart met de restauratie die begin 2018 is voltooid.

Oosterleek 39 is een zeldzaam goed bewaard gebleven voorbeeld van een West-Fries langhuis'. Het betreft een huis met een klein bedrijfsgedeelte, in dit geval een koestraat voor drie koeien en enige opslagruimte.
Waarschijnlijk dateert het in hoofdopzet uit de 18de eeuw met enkele 19de eeuwse wijzigingen.
Het is een een-laags gebouw met zolder, heeft een langgerekte plattegrond (5.6 bij 16,7 meter) en een zadeldak.
Aan de zuidoostzijde, waar de koestraat zich bevindt, heeft het een bescheiden uitbouw onder een lessenaarsdak.
Het huis heeft een houtskelet, de constructie is kenmerkend voor de Noord-Hollandse houtskeletbouw. De kap van het huis is omstreeks 1980 geheel vervangen.

De buitenmuren van het huis zijn op de bakstenen plint opgetrokken in hout en baksteen. Waarschijnlijk is het van oorsprong een volledig houten langhuis geweest, op bakstenen plint, waarvan enkele buitenmuren in verschillende fasen zijn versteend. Het voorhuis heeft, kenmerkend voor de oudste Noord-Hollandse houten huizen, een gesloten topgevel waarin zich op de begane grond alleen een deur bevindt. Boven de tweedelige deur is een eenvoudig bovenlicht opgenomen, vermoedelijk uit de late 18de of 19de eeuw. De plint is net als bij de overige gevels in gele baksteen gemetseld, het muurwerk daarboven in rode baksteen. Het woongedeelte van het huis is herkenbaar aan de schuifvensters die een gelijk boven- en onderraam hebben met acht ruitjes. De zuidoostelijke zijgevel heeft bij het woongedeelte een horizontale beplanking die tegen de stijlen van het houtskelet is gespijkerd. Ook hier zijn schuifvensters geplaatst. De houten blokgoot rust op eenvoudige gootklassen.

Indeling

De historische indeling van het huis is geheel bewaard. Het woongedeelte bestaat uit drie vertrekken: voorhuis (of 'vooreinde'), woonkamer ('middelwoning') en keuken (achterkamer). Er zijn geen andere ingangen dan de deur in het voorhuis en de achterdeur bij de koestraat. De dagelijkse oriëntatie van het gezin zal meer op het bedrijfsgedeelte aan de achterzijde zijn geweest. Waarschijnlijk was het onverwarmde vertrek in gebruik als entreevertrek en ‘nette’ kamer.

Achter het voorhuis ligt de woon- of ‘middelkamer', een verwarmd vertrek met bedsteden. De wanden, vloer en het balkenplafond waren geschilderd, de deuren met biezen en lijstjes die de indruk van panelen wekken. De vloer is in het midden, de positie van een vloerkleed markerend, onafgewerkt gelaten. Pronkstuk van het vertrek is een betegelde schouw, rug aan rug geplaatst tegen een vergelijkbaar exemplaar in de keuken. De betegeling was onrechtmatig verwijderd uit het huis. Na een geslaagde crowdfund-actie zijn de tegeltableaus teruggeplaatst.

De keuken had een kast naast de schouw, twee bedsteden en een 'bak' (waterput) in een kast. Ook in de keuken was het houtwerk geschilderd. Een deel van de uitbouw (de 'zijkamer') aan de achterzijde was alleen toegankelijk vanuit de keuken en zal als spoelplaats of bergruimte hebben gediend.

Tijdens de restauratie werd in het pand veel onbruikbaar materiaal verwijderd, maar de onderdelen met een bouw of cultuurhistorische waarde werden apart gehouden en opgeslagen voor later gebruik. De Vereniging heeft het huis gefundeerd, het metselwerk gerestaureerd, de kapconstructie teruggebracht, gebinten, kozijnen en ander houtwerk gerepareerd en waar nodig vernieuwd. Hierbij is zoveel mogelijk origineel materiaal behouden, wat betreft de bouwmaterialen, maar ook wat betreft het binnenschilderwerk. Zorgvuldig zijn de teruggevonden hout- en marmerimitaties op wanden en schouwen schoongemaakt en bijgewerkt in de originele kleuren.
Bron: Vereniging Hendrick de Keyser