Zuiderzee

Op een zekere dag ,vond er voor de kust van Oosterleek een grote ramp plaats die geen mensenlevens heeft gekost.
Een stoomsleepboot trok een enorm groot houtvlot over de zee en dat sloeg door de stevige wind uit elkaar. De vele balken spoelden aan bij de dijk. Waar nu de firma Huisman is gevestigd tot en met Tersluis werden de honderden balken uit de zee gevist. De sleepboot lag de volgende ochtend bij de dijk voor Oosterleek en wij gingen voor schooltijd natuurlijk een kijkje nemen.
 
De naam van de boot was Leendert Johannes. Men was met emmers bezig het water uit de machinekamer te scheppen. Af en toe kwam een vissersschuit een gevonden balk bij de dijk afleveren.
Het was voor diepliggende vrachtschepen bij een harde westelijke wind een moeilijke oversteek vanaf de vuurtoren van Marken naar het vuurtje van Oosterleek door de dwarse golfslag vanuit het Hoornse Hop.

In die periode voeren de rijnaken onafgebroken naar de aan te leggen Afsluitdijk en de Wieringermeerdijk, altijd getrokken door de stoomsleepboten. De rijnaken waren diep geladen met basaltkeien uit België. Twee maal is het gebeurd dat een rijnaak ten zuidoosten van Oosterleek ver in zee is gezonken. De opvarenden konden dan gered worden door de sleepboten.
Het is me weleens opgevallen, als ik op de dijk stond, dat er met een harde westenwind een diep geladen vrachtschip uit het westen kwam varen. Dan was deze vanaf de vuurtoren van Marken richting Etersheim gevaren om de golven te snijden en vanaf genoemde plaats voor de wind in de richting van het Lekervuurtje te varen, om zodoende hinder van de dwarsgolven te voorkomen en vanaf Oosterleek de luwte van de dijk weer opzocht, richting Enkhuizen.

Vooral bij zuid-oosten wind spoelden er veel schelpen aan bij het begin van het buitendijkse land ten noorden "van Oosterleek. Veel mensen hadden vroeger een schelpenpad, en ook in de kippenhokken werden schelpen gestrooid. Er was toen nog een levendige schelpenhandel.
Hans Albertsma was de schelpenvisser van Oosterleek en heeft ontelbare manden met schelpen naar boven op de dijk gesjouwd. Bij de ingang van het haventje bij de molentjes ontstond altijd een bank van schelpzand. De vissers gebr. Mantelen Jb Feller hebben die bank vaak vervloekt omdat zij met hun vissersschuit met moeite de haven in en uit konden varen. Dan moest er weer een baggermolen verschijnen om de ingang weer bevaarbaar te maken.
Toen na de afsluiting van de Zuiderzee de haven werd opgeheven ontstond er een prachtig mini-strand voor de kleine kinderen. Maar de haven moest later weer in ere hersteld worden en het was te verwachten dat de geschiedenis van de haveningang zich zou herhalen. En dat bleek ook wel en elk voorjaar moet de haveningang uitgebaggerd worden om de zeiljachten binnen te laten.