De TON van Leek

Om vele jaren lang (nu al meer dan 7) iedere maand een heel blad van de Dorpskrant vol te schrijven met dingen over-ons dorp valt niet altijd mee maar gelukkig zijn er altijd wel enkele Venessers die ook nog wel iets weten.
Vaak zijn het oude overleveringen die in hun familie zijn blijven hangen. Het- is soms echter zo onwaarschijnlijk dat ik het niet in de Dorpskrant durf te zetten. Toch is mij in al die jaren gebleken dat er toch vaak iets van waar is, of dat het geheel waar is.

Neem nu-eens die uitdrukking “  De Goudkust".
Toen ik nog in de bollen-handel en de export zat, ging ik een paar maal in de zomer voor controle die dorpen langs, waar kwekers bollen voor mij teelden, en een kweker in Obdam begroette mij die dag met "Zo, en hoe is het aan “de Goudkust?".
Die uitdrukking voor Wijdenes had ik nog nooit gehoord, maar die man had dat al van zijn grootvader gehoord.
In Wijdenes woonden ze aan de Goudkust. Wel hadden ze hier een scheldnaam, zoals dat voor de meeste Westfriese dorpen het geval was.
De Twiskers waren de Glad-oren, de Westwouders de Greppeltjes-piesers, de Leekers waren de Dijkschapen en wij waren de Takkendieven, en dit laatste zal wel verband houden met het feit dat er vroeger (al eeuwen lang) een ooievaarsnest op de kerk was en dat was gemaakt van takken die ze stalen uit de fruittuinen en vooral bessetakken.
In mijn schooljaren waren ze er ieder jaar en in school konden wij ze dan horen klepperen met hun snavels.
Een paar jaar geleden werd ik bij een oude vrouw geroepen en die vertelde mij dat er hier voor de kust nog een gezonken schip met goud lag, zij wist dit weer van haar grootvader. Een drie eeuwen geleden moest dat gebeurd zijn en hoewel zij uit een familie kwam die al eeuwen lang in Wijdenes woonde, geloofde ik er geen klap van, maar toen ik er thuis nog eens rustig over nadacht en ook de uitdrukking Goudkust weer in mijn gedachten kwam dacht ik, zou er dan toch iets van waar wezen.

Maar nu over de Ton van Leek.Een paar maal hadden oude Leekers,mij al eens verteld dat ze in Leek nooit echte armoede hadden gekend want als iemand geen geld had om brood te kopen of brandstof, dan kregen ze altijd geld uit de Ton.
Dit was geen vat, maar een som geld van f 100.000
Kort voor de oorlog kreeg iemand daar nog geld uit voor een kunstgebit. Het had niets uit te staan met het Armbestuur of de Diaconie, maar waar dat geld vandaan kwam wist niemand.
Bij mijn onderzoek ernaar bleek mij dat een Dekker toen alles in beheer had. In zijn kamer stond een brandkastje en er was ook een oud boekje bij. Verder was er een bestuur die de zake controleerde.
Tijdens de duitse bezetting is alles naar Wijdenes gegaan, en nu is het hele archief van Wijdenes naar Hoorn gegaan en ligt dat in het nieuwe stadhuis. Een poosje terug kwam P.Boon bij mij op bezoek en die had een zeer oude brief gevonden in dat Wijdenesser archief (uit 1678) en hierdoor komen me al een stuk verder met die overleveringen.
Hier is die brief(nog met de ganzeveer geschreven in de oud-hollandse letters).

Op huyden den 15 en maij anno 1678 hebben vroetschappen deser stede Wijdenes en Oosterleek alhier in de kerck vergadert geweest, alwaer deselve van burgemeesteren werde voorgedragen of de tonne gouts die tot het seegat is gelicht soude-werden opge- bracht om -alsdan yder meyster van sijn eygen schulden te sijn of niet en is bij meerderheydt van stemmen verstaen dat de gemelte 100.000— guldens soude werden afgedaen. Des ten oirconde is dezen bij mij secretaris der voorsz stede geteykent datum ut supra. J.Verdwaeld”.
 
Alles is mij nog niet duidelijk uit die brief, maar wel zien wij dat een drie eeuwen oude overlevering toch waar kan zijn en wat de Ton van Leek is, weten we nu ook en de naam "de Goudkust” voor ons dorp is wel op zijn plaats maar waarom hebben de Leekers alles zelf gehouden nog nooit heb ik gehoord dat een Wijdenesser geld uit de ton heeft gehad, Het moet naar, de geldswaarden van nu een 3 à 4000.000 zijn geweest en we waren toch één gemeente.
Of dat schip er nog ligt en of er nog meer geld in zit weten we ook niet.
Maar ik ben blij dat we nu weten wat de Ton van Leek is en de Goudkust.