Haringvangst

Toen de Zuiderzee nog niet afgesloten was kwam er elk voorjaar enorm veel haring de zee binnen zwemmen om voor de voortplanting te zorgen. Het echtpaar De Vries en hun knecht Bertus kwamen dan in Oosterleek op de haringvangst. Zij woonden in Zurich, een dorpje gelegen aan de zeedijk in Friesland. De Vries bezat, in Oosterleek een houten woning aan het einde van de rij huizen die onder aan de dijk stonden.

Piet Kuiper uit het gezin van Jan Kuiper kwam dan ook als knecht in dienst en soms hielp Jacob Visser uit Marken ook wel eens. Er werd een steiger op de keien gebouwd. De haringfuiken, die veel groter waren dan de tegenwoordige paling- en baarsfuiken, werden een eindje uit de kust in de zee geplaatst. Er werd gevist met twee grote houten schuiten, waarbij een vaarboom werd gebruikt. Na gedane arbeid werden de schuiten bij gebrek aan een haven in de zee elk aan een paal gebonden en roeide men met een kleiner bootje naar de dijk en werd het op de keien gehesen.

Als het mooi en rustig weer was werd er zoveel haring gevangen dat degene die het niet gezien heeft dat zich niet kan voorstellen. Het was dan een druk verkeer van Volendammer Ford-vrachtwagens die de vis kwamen opkopen. De haring werd per tal verkocht. Een tal was 200 stuks. Een grote mand werd tot een bepaalde hoogte volgeschept en dat was dan zoveel tal. Door twee mannen werd de mand naar boven gedragen en los in de vrachtwagen gestort.

Op de zee voeren vele botters met sleepnetten. Als we tussen de botters er een ontdekten met de Nederlandse vlag in top, dan betekende dat dat het een opkoper was en konden de vissers bij genoemd schip de haring verkopen. Sommige inwoners van onze gemeente gingen ook wel met haring venten. De meeste inwoners aten in die periode wel gebakken haring en sommigen waren ook de haring aan het roken tot ze in een bokking veranderden.
Als de periode voorbij was gingen de fuiken weer in de woning van De Vries zo ging het elk jaar tot de Zuiderzee werd afgesloten.