Volkslied

 

Zoals het werd gezongen op een avond van de plattelandsvrouwen
op 6 november 1946

Leek, ons dierbaar oord (Oosterleeker Volkslied)
Geschreven door: Jacob Feller

 

Is ons dorpje ook maar klein,

toch zijn w' er tevree

Zou-en we niet gelukkig zijn

in ons dorpje-aan zeee?

Waar we steeds eendrachtig zijn,

niets de rust verstoort,

Dat is ons dorpje klein

Leek ons dierbaar oord

 

Waar de stormen en slecht weer,

in den donkeren nacht,

visschers dobb 'en heen en weer.

Hun taak niet is volbracht,

verheldert eensklaps hun gelaat,

daar ons kustlicht gloort,

en zij noemen onze plaats

Leek ons dierbaar oord.

 

Waar ons nut werd opgericht

Met luttel ledental

Waar men voor geen moeite zwicht,

ons nut steeds bloeien zal.

Ja, want graag werkt ieder mee

Van vreugde steeds door gloort,

Zingen wij te vree

Leek ons dierbaar oord.

 

Deze zaal wordt haast te klein,

't ledental neemt toe.

Vergeten worden smart en pijn,

men is blij te moe

Steeds vindt men gezelligheid

Geen wanklank wordt gehoord

Ja, ieder zingt verblijd,

Leek ons dierbaar oord.

 

Weer ziet men ons bij elkaar

Op dit gezellig feest.

’t Wordt steeds drukker ieder jaar

prettig de geest.

Ja, zoo blijft ons nut in stand,

vrienden ga zo voort.
En zingt aan alle kant,

Leek ons dierbaar oord.