

Toen en thans voor 1920
Hoe oud is het plaatje van toen van Oosterleek? Het prentje, genomen vanaf de zeedijk, vermeldt geen jaartal. De foto zal van vòòr 1920 zijn. In of nabij dat jaar is de achterste boerderij - die vrijwel geheel schuil gaat achter de andere stolp - verbrand. Hooibroei. Daar is de huidige boerderij gebouwd, De Leekerhoek. De voorste stolp is gesloopt. Van de overige bebouwing is een deel veranderd. Het oude vissershuisje links vooraan, met een doorrookte zijmuur en een rieten boetje om daarop de netten te drogen, maakte ruimte voor een nieuw huis. Het schoolhuis links, net voor de kerk, staat er nog. Evenals het dorpscafé in de bocht, toen De Nieuwe Aanleg geheten. Het huisje rechts is geheel vernieuwd.
De geschiedenis van Oosterleek in vogelvlucht
Oosterleek wordt voor het eerst kort na 1300 genoemd
Vanaf 1419 vormde het dorp, in verschillende verbanden, een combinatie met Wijdenes.
In 1970 gingen beide dorpen op in een nieuwe gemeente Venhuizen.
Eeuwenlang vormden landbouw, zeevaart en visserij de belangrijkste bronnen van bestaan.
In de eerste helft van de 17de eeuw was er sprake van een periode van economische bloei.
Oosterleek telde toen bijna 500 inwoners.
Dat werd daarna snel minder: omstreeks 1730 waren er 190 inwoners, in 1795 nog maar 100.
Nu wonen er 108 mensen in het dorp.
Het kerkgebouw dateert van 1695.
Een aantal in het dorp wonende koopvaardijschippers schonk een koorhek.
Dat bevindt zich nu in Katwijk aan de Rijn.
Eerder stond er op deze plek een laatmiddeleeuwse kerk.
Vóór die tijd heeft er mogelijk wat meer naar het zuiden al een kerk gestaan, daar waar nu het Markermeer is; aan het eind van de Middeleeuwen is de Omringdijk namelijk een stuk naar het noorden verlegd en verdween een van Oosterleek in zee.
Gemeente Wijdenes in de dertiger jaren
De gemeente Wijdenes waartoe ook Oosterleek behoorde telde in de dertiger jaren 8 à 900 inwoners. Er waren toen voor zover we konden nagaan o.a.:
- 5 bakkers (3 met winkel),
- 4 café 's (2 annex winkel),
- 4 vrachtrijders waarvan er één 'n winkeltje had plus 'n brandstoffenhandel.
- 3 kruidenierszaken,
- 2 smederijen (tevens hoefsmeden),
- 3 vissers,
- 3 schilders,
- 3 timmermannen,
- 2 slagers,
- 1 schoenmaker met eigen winkel en schoenmakerij.
Dan was er nog 'n melkboer met 'n sigarenhandel en 'n barbier met een fietsenzaak.
Er bestond nog 'n brandstoffenhandel, ook nog 'n fietsen en motorenzaak, 'n postkantoor, 'n groente-fruitveiling, 'n kaasfabriek, 'n station (plus 3 haltes) met 'n stationchef, 'n molenaar, 'n melkrijder, 'n manufacturier, 'n veldwachter en natuurlijk 'n echt raadhuis en een echte 'burie'.